Voedsel voor de geest- in gesprek met cultuursocioloog Ruben Jacobs

Ruben Jacobs

Vorig jaar las ik ergens op Facebook een artikel van Ruben Jacobs over wat we als mensen kunnen doen tegen klimaatverandering. Het sprak me direct aan en mijn vriendschapsverzoek werd snel geaccepteerd. Zo kon ik nog veel meer lezen van wat deze 35-jarige cultuursocioloog (die o.a. voor het Brainwash-festival werkt) schrijft over dit grote, belangrijke onderwerp. Wat ik vooral tof vind is dat hij, in de soms verhitte debatten op sociale media, genuanceerd blijft berichten over zowel harde acties tegen grote vervuilers als over kleine acties die ieder mens zelf kan doen om je ‘footprint’ zo klein mogelijk te houden. En hij durft ver vooruit te denken, tast diverse scenario’s af van mogelijke werelden die in de toekomst op ons wachten. Als schenker van smakelijke-druppels-op-een-gloeiende-plaat wilde ik weleens met hem praten over hoeveel druppels er nodig zijn en hoe heet de gloeiende plaat wel niet is. Op zaterdag 4 januari spreken we elkaar in café de Pont in Amsterdam.

Michiel: hoe is klimaatverandering een belangrijk thema in je leven en werk geworden?

Ruben: Nog niet eens zo lang geleden eigenlijk, een jaar of drie. Ik kreeg zelf, door alle nieuws en verhalen over klimaatverandering, steeds meer door dat we onze verbinding met de natuur enorm verwaarloosd hebben de afgelopen eeuw. Nu ben ik van origine socioloog. In de sociologie gaat het heel erg over netwerken van en tussen mensen, maar nauwelijks over hoe de netwerken van de mens verbonden zijn met de netwerken van de natuur. Daar ben ik dus heel veel over gaan lezen. Sindsdien ben ik steeds vaker in de natuur zelf te vinden. In mijn schijven onderzoek ik verder hoe wij ons als mensen anno nu (en in de toekomst) zo goed mogelijk kunnen verhouden tot de klimaatverandering.

Michiel: kom ik aanzetten met mijn vegetarisch kookboekje. Kan ik niet beter in hongerstaking voor het hoofdkantoor van Unilever gaan zitten?

Ruben: allebei heeft het waarde en impact. Een paar dingen moeten we niet uit het oog verliezen. Jij bent ook niet van de ene op de andere dag de vegetariër geworden die je nu bent. Je hebt stappen gezet om zover te komen. Je kunt andere mensen niet ineens een hele grote stap laten zetten, geef ze tijd en ruimte om die stappen te zetten. Een goede docent is iemand die zichzelf weer kan inleven in het moment dat hij iets zelf nog niet wist, tot hij van iemand het juiste advies kreeg. En in staat is om dan het juiste advies te geven. Aan de ander kant heb je bewegingen als Extinction Rebellion; die worden nu veelal ontvangen als radicaal, net zoals Martin Luther King die in zijn begindagen ook radicaal bevonden werd, totdat Malcolm X opkwam. Daarna verschoof de perceptie. Wat eerst radicaal overkwam (King), ervoer men nu als gematigd. Dit noemt men ook wel het ‘radical flank-effect’. Wie weet welke ontwikkelingen er op korte termijn zullen plaatsvinden, waardoor we Extinction Rebellion en hun eisen heel schappelijk en realistischer gaan vinden.

M: Kunnen we nog iets meer doen dan grote en/of kleine acties?

R: We zijn visueel en mentaal als mensen enorm afgesneden geraakt van de natuur. Ik las laatst nog het boek ‘Last Children in the Woods’ van Richard Louv. Over de verminderde blootstelling van kinderen aan de natuur en hoe dit kan leiden tot een ‘natuurgebrekstoornis’. Louv zegt zelfs dat zoiets als ADHD niet zozeer een aandachtsstoornis is, maar het resultaat is van een natuurarme omgeving. De natuur, een plek waar minder obscene prikkels zijn, zou volgens hem goed zijn voor met name kinderen met ADHD. Er is nu ook de term ‘solastalgia’: een vorm van heimwee krijgt men als men nog thuis, maar de omgeving is veranderd. Verdriet om het verlies van een ecologisch thuis.

We zullen onze verbeelding flink in moeten zetten om een wereld voor te stellen waar we heen kunnen gaan bewegen. En waar we waarschijnlijk ook veel voor zullen moeten opofferen. Dat gaat echter niet zonder een helder beeld te schetsen van wáár we iets voor opofferen. Dat hebben religies heel goed begrepen: creëer een hemel, een hiernamaals, een eeuwig leven. Ik noem het zelf liever een ‘ambitopische wereld. Een ambigue utopie, een nastrevenswaardige wereld, ondanks dat we weten dat ook deze nooit perfect zal zijn.

M: schets eens wat concreter hoe voor jou die wereld er straks dan uitziet?

R: Sowieso, of je straks in een dorp of in een stad leeft: we gaan niet terug de natuur in, maar de natuur komt terug in het dorp en de stad. Natuur gaat zeker in de stad een prominente plaats krijgen, denk aan stadslandbouw, voedselbossen, groene daken etc. .Veel technologie die we de afgelopen eeuw ontwikkeld hebben en onze leefwereld ‘globaal’ gemaakt hebben, zullen we vooral regionaal gaan toepassen. Wellicht zullen landsgrenzen minder belangrijk worden: we wonen straks eerder in zogenaamde ‘bioregio’s’. Geografische gebieden waarbij de sociale en culturele identiteit niet gebaseerd zijn op politieke landgrenzen, maar op het unieke ecologische karakter van de omringende leefomgeving. Want, ondanks dat we tegenwoordig in een ‘global village’ schijnen te leven, blijkt het voor veel mensen erg moeilijk om van onze planeet in zijn totaliteit te houden. Dat is erg abstract en groot. Het is voor mensen makkelijker om van de plek waar ze concreet leven te houden en zorg te dragen. In een regio vinden conservatieve en progressieve krachten in een samenleving zich denk ik ook makkelijker dan op nationaal of mondiaal niveau. Tenslotte: De 21ste eeuw wordt denk ik (of hoop ik) een eeuw van restauratie, van herstel. Dat ‘re-‘ van restauratie vind je nu al in heel veel populaire termen terug: recycle, reuse, reforestation, rewildering… Vooruit naar de natuur.

Lees meer van en over Ruben op zijn website www. ruben-jacobs.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *